U bent hier

Overdenking

Ontspanning

Een zomernummer van het Tsjerkefinster. Want in de maanden juli en augustus liggen veel activiteiten stil. Zo zijn we dat gewend, maar na de coronatijd voelt dat minder vanzelfsprekend. We zijn eigenlijk pas een paar maanden van start met de dingen uit het winterseizoen. Nu het weer kan, zijn we geneigd om de programma‟s iets langer te laten doorlopen dan anders.

En toch werkt dat niet. Ook al hadden we de afgelopen twee jaar „vreemde‟ seizoenen, met het lengen van de dagen neemt de animo af om naar club of een gespreksgroep te gaan.

Er is behoefte aan ontspanning. We willen weer leuke dingen doen, vooral die tijdens de lock-downs nauwelijks of niet mogelijk waren. Feesten, festivals, vakanties, verre reizen en noem maar op.

Ontspanning, dat wil zeggen de spanning loslaten die je opbouwt tijdens actief bezig zijn. Op zich is er niets mis met het opbouwen van spanning, sterker nog - zonder een bepaalde mate van spanning kom je niet tot actie. Voor mijzelf betekent dit, dat er een bepaalde spanning moet zijn om in het openbaar te kunnen spreken. Anders lukt het me niet.

Tegenwoordig spreken we vaak over stress, het Engelse woord voor spanning. Stress staat in een negatief daglicht omdat er bijna altijd mee wordt bedoeld dat iemand teveel spanning heeft opgebouwd. En dat is slecht voor lichaam en geest. We kennen allemaal wel iemand die burn-out is geraakt, „opgebrand‟ door een overmaat aan spanning in zijn of haar leven.

Misschien is het jouzelf overkomen of zit je er nog midden in. „Ervaringsdeskundigen‟ kunnen vertellen hoe ingrijpend het is om de controle, de regie over je leven kwijt te raken doordat je geen energie meer hebt. Zelfs niet voor de meest simpele dingen, die je eerder deed zonder er bij na te denken. De ene mens kan meer spanning incasseren dan de ander. Maar je moet niet denken dat als je veel aan kunt, dat jij dan geen risico loopt op een burn-out. Integendeel. Wanneer je jezelf hebt aangeleerd om de lat van presteren steeds hoger te leggen, loop je de kans te vergeten dat er een grens is aan het menselijk kunnen. Ook bij jou. So wie so is het voor ons allen van belang dat we ons realiseren dat we beperkt zijn in onze mogelijkheden. Dat geldt niet alleen voor mensen met een geestelijke of lichamelijk beperking of met een zwakke gesteldheid, maar voor ons allemaal! In de participatiemaatschappij wordt veel nadruk gelegd op de inbreng die van elk mens verwacht wordt.

Dat is ten koste gegaan van zorg voor mensen die zichzelf minder goed kunnen redden. Maar onze huidige samenleving die sterk op prestatie gericht is, maakt ook onder de „sterkeren‟ veel slachtoffers. Het lijkt zo vanzelfsprekend dat je moet presteren en dat je alles uit het leven moet halen wat er in zit, dat we steeds minder gemakkelijk tevreden zijn met „genoeg‟.

Die mindset zorgt voor stress en voor schrikbarend lange wachtlijsten voor mentale ondersteuning bij de geestelijke gezondheidszorg. En dan nu twee maanden „zomerstop‟, ook in de kerk. Gaat het lukken om te ontspannen? Zet je gewoon de knop om - even een tijdje niet nadenken, niet piekeren, niet de zoveelste strategie bedenken om je hoofd boven water te houden? Na de vakantie zien we wel weer! Of mag deze periode een kantelmoment worden in jouw leven? Een tijd waarin je je niet „groot‟ probeert te houden, maar juist het gesprek aangaat - met jezelf en zo mogelijk met anderen - over wat jou bezighoudt en misschien wel moeite geeft. We zijn zo gewend om ieder onze „eigen‟ boontjes te doppen, dat het lijkt of dat zo hoort.

Zelf vind ik het opmerkelijk dat al in het tweede hoofdstuk van de Bijbel staat: God, de Heer zei: ‘Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past.’ (Genesis 2:19). Daarna wordt beschreven dat God wilde dieren, vee en vogels maakte, maar dat waren niet de helpers die pasten bij de mens.

Dat werd de vrouw die God maakte uit een rib van de mens. Hoe je ook aankijkt tegen de „schepping‟ door God, in de praktijk van het leven blijkt dat mensen elkaar tot grote steun kunnen zijn. Helaas geldt ook dat mensen elkaar verschrikkelijke dingen kunnen aandoen. Het is niet voor niets dat wanneer aan Jezus gevraagd wordt wat het grootste gebod is dat God heeft gegeven, Hij een „dubbel‟-gebod noemt (Marcus 12:29-31). In het tweede deel van dat gebod gaat het om de mensen om je heen liefhebben als jezelf. Liefhebben vraagt betrokkenheid bij en zorg voor elkaar. We worden geroepen om dat aan elkaar te geven!

Maar omdat de mens geneigd is om meer voor zichzelf dan voor anderen te zorgen, gaat het in het eerste deel van het „dubbel‟-gebod niet om de medemens maar om God. God liefhebben met alles wat in je is, omdat Hij jou liefheeft! Hoe je ook in het leven staat, wat er ook is aan stress of andere sores, Hij wil jou het goede geven! Van harte wens ik ieder toe dat deze zomer ontspanning geeft door goede contacten met je naasten en door verdieping in de persoonlijke omgang met God, de Heer.

ds. Guda Borger